De blogs van Wormhoudt Berg Advocaten

Jonge moeder met twee peuters

Wijzigingen in partneralimentatie

Vanaf 1 januari 2020 veranderen de regels betreffende het ontvangen en betalen van partneralimentatie behoorlijk. Zo gaat de termijn waarover maximaal partneralimentatie betaald moet worden, van twaalf naar vijf jaar en verandert ook de aftrek voor de betalende ex-partner ten aanzien van de inkomstenbelasting. Iemand komt voor partneralimentatie in aanmerking als hij of zij na een scheiding, en hieronder worden zowel een huwelijk als een geregistreerd partnerschap verstaan, niet genoeg geld heeft om voor zichzelf te kunnen zorgen. In het scheidingsconvenant worden dan afspraken gemaakt over de betaling van het bedrag van partneralimentatie. Over de hoogte hiervan zijn geen regels vastgelegd, maar betalen is echter geen vrijblijvendheid, het is een verplichting.
 

Betaaltermijn

De huidige maximale termijn waarover partneralimentatie betaald moet worden, is tot 1 januari 2020 twaalf jaar. Vanaf deze datum gaan daar zeven jaar vanaf en wordt het aantal jaar waarover betaald moet worden, maximaal vijf. Heeft een huwelijk of geregistreerd partnerschap korter dan vijf jaar geduurd, dan betaalt een ex-partner maximaal partneralimentatie over de helft van deze periode. Echter heeft het huwelijk meer dan vijftien jaar standgehouden en is de ex-partner waaraan betaald moet worden boven de vijftig jaar, dan wordt de maximale termijn gesteld op tien jaar.


Daling in belastingaftrek

Partneralimentatie die betaald wordt, kan tot de datum van 1 januari 2020 voor meer dan de helft afgetrokken worden van de belasting, om precies te zijn voor 51,95%. Deze aftrek wordt in vier stappen verminderd tot een maximale aftrek van 37,05% in 2023. Aan de regel dat ontvangen partneralimentatie als inkomen wordt gezien, verandert niets. Hierover moet dan ook belasting betaald worden.

Het is van belang te weten dat bovenstaande wijzigingen in partneralimentatie pas ingaan van de datum 1 januari 2020. Alle scheidingen die voor deze datum worden uitgesproken, ook al zou dit zijn op 31 december 2019, vallen onder de oude regeling van een maximale betalingstermijn van twaalf jaar.

 

Wilt u meer duidelijkheid over wat de wijzigingen in partneralimentatie voor u gaan betekenen of denkt u misschien aan een echtscheiding? Laat u door ons, Wormhoudt Berg Advocaten in Amsterdam, informeren. Wij zijn onder andere gespecialiseerd in personen- en familierecht en weten precies van de hoed en de rand ten aanzien van uw unieke situatie.

De verzorgende ouder van een Nederlands kind.

Op 10 mei 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese unie een uitspraak gedaan over het verblijfsrecht van de onrechtmatig verblijvende ouder van een Nederlands kind:  Chavez Vilchez.

In deze uitspraak heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat de verzorgende ouder van een minderjarig Nederlands kind (onder voorwaarden) recht heeft op verblijf in Nederland.

Er moet worden aangetoond dat behalve de zorgtaken ook sprake is van een afhankelijkheidsrelatie: Als de verzorgende ouder geen verblijfsvergunning zou krijgen zou dat betekenen dat het kind genoodzaakt is de Europese Unie te verlaten. 

De IND moet beoordelen worden welke ouder daadwerkelijk zorgt voor het Nederlandse kind. Er moet rekening gehouden worden met de belangen van het kind en in het bijzonder met: de leeftijd van het kind, de lichamelijke/emotionele ontwikkeling van het kind, de relatie die het kind met beide ouders heeft en de gevolgen voor het kind van een scheiding van zijn verzorgende ouder.

De beleidsregels van de IND:

Verblijf van verzorgende ouder bij Nederlands minderjarig kind

  • a.de vreemdeling moet zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken door het overleggen van een geldig document voor grensoverschrijding of een geldige identiteitskaart. Als de vreemdeling hieraan niet kan voldoen, moet hij zijn identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig aantonen met andere middelen;
  • b.de vreemdeling heeft een minderjarig kind (dat wil zeggen: beneden de achttien jaar) dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit;
  • c.de vreemdeling verricht al dan niet gezamenlijk met de andere ouder daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind; en
  • d.tussen de vreemdeling en het kind bestaat een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd.

De zorgtaken moeten worden aangetoond met bewijsstukken van bijvoorbeeld de huisarts, de school, het consultatiebureau e.d. en eventueel een verklaring van de andere ouder.

Als de ouder een verblijfsvergunning voor een andere Europees land heeft kan in principe geen beroep op deze regels worden gedaan.

Voor nadere informatie of hulp bij het indienen van de aanvraag kunt u contact opnemen met mr.M.Berg